Fragment Hoofdstuk XI Misdadig België

Donderdag 5 april 1832
Voor het stadhuis hield een chique diligence stil. Er stapten drie heren uit. Eén van hen droeg een in doeken gewikkeld pakketje. In het stadhuis bleken de heren een ontmoeting te hebben met burgemeester De Mey. Het was zilver- en goudsmid Abraham Bonebakker met zijn neefjes Jan en Bram. Na een onderhoud van ongeveer een uur kwam Du Pui met een van hen naar buiten. Het zilvergezelschap liep naar de secretarie. Du Pui vroeg ons de heren een kwitantie van f 1.172,- te verzilveren. Het college had eerder besloten Wilhelmus en Wenkebach een zilveren theeschaal te schenken. Als dank voor hun werkzaamheden ter verantwoording van de rekening van de verwoesting van 1807.
Bram was, met zijn goede twintig jaren, een nieuwsgierige.
‘Het werk van de zilversmid is niet goedkoop’, wist hij. Terwijl hij graag mocht meetellen of de schalen wel in afdoende mate betaald werden.
‘Is Leiden rijk?’, vroeg Bram met een kritische blik.
‘Het is nog de kas van de koning, van 1807’, beantwoorde ik kort.
‘Moest dat geld niet naar de slachtoffers van de ramp?’, vroeg het nieuwsgierige mannetje zich hardop af. Casper kwam er als eerste klerk bijstaan en ineens was er een gedoetje.
‘Weet u jongeman…’, ‘Bram Montagne’, vulde hij zijn naam in.
‘Brammetje, als u wilt weten hoe het werkt, komt u hier maar gewoon eens werken’, bood Casper hem aan. 

Hoe het liep, liep het. Het spontane aanbod van Casper resulteerde in een functie voor de jonge Bram. Geld om hem te betalen was er niet. Als zogenoemde surnumerair mocht hij aan de slag. Bij het bezoek van Wenkebach mocht de jonge heer Bram zelf de schalen aanreiken aan Van der Mey. De burgemeester sprak bij deze gelegenheid niet alleen Wilhelmus en Wenkebach toe, maar had ook een speciaal woord van dank aan Du Pui. Hij zou daarbij de zilveren soezenschaal ontvangen. De schalen waren voorzien van fraai gedraaide zilveren handvatten en bevatte een ingegraveerd stadswapen.
‘Wat kon die Du Pui er een verrast gezicht bij trekken zeg’, meldde Bram.


Bram (Abraham)  Montagne Iz. (1810-1897).  Olieverf Jacobus L. Cornet,1840. Collectie De Lakenhal.  [s 56] .
Illustratie geraadpleegd voor onderzoek, niet opgenomen in 'De Schatbewaarder'. 

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk I Verwoesting

Fragment Hoofdstuk II Wilhelmus
Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XV Het schijnt te Blijken
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn
Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor

Omslagillustratie Hans Leijerzapf, 2017. Naar Desterbecq 1838.