Fragment Hoofdstuk XV Het Schijnt te Blijken

Donderdag 14 februari 1839
Hij wil dat bestuurders verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden. Nu stuurt de koning, maar is er niemand thuis als het op afrekenen aankomt. De stadhuiszaak is voor hem een geschenk uit de hemel’, zei Junior. Nota bene lid van de stedelijke raad. Het viel stil.
‘Kent u Van Tets nog?’, onderbrak Junior zachtjes de stilte.
‘Als u op jonkheer Jacob doelt? Jazeker.’
‘Jacob van Tets van Goudriaan was student aan de universiteit van Leiden in Romeins en Hedendaags recht. Twee jaar geleden studeerde hij af en inmiddels is hij Commies van Staat. Junior tilde twee keer kort zijn kin op, om me uit te nodigen wat dichter tot hem komen:
’Van Tets vertelde dat De Thor hem geschreven had over de stadsdieverij’, vervolgde Junior. Zijn ogen onderzochten op mijn gezicht, of hij daarmee ook mijn nieuwsgierigheid gewekt had. En dat had hij.
‘Thorbecke heeft die stadsdieverij op uw kantoor werkelijk een welkom geschenk uit de hemel gevonden. De zaak onderschrijft het belang van zijn Aantekeningen op de Grondwet.’
‘Wát heeft hij er dan van gezegd, Junior?’, vroeg ik quasi ongeïnteresseerd. Junior citeerde, als ware het uitgesproken door Thorbecke:
‘Het ruchtbaar worden der stadsdieverij is een heilzame en helaas, een hoogst nodige waarschuwing aan ons land en ik hoop dat ook de koning er
kennis van neemt. En er speelt nog wat eigenaardigs, Jan Laurens. Ik had hoogleraar Van Assen over de vloer. Hij was innig beledigd dat Bucaille, de broer van Du Pui’s vrouw nota bene, tot heemraad is benoemd.’ Samen met hoogheemraad Van Alphen had hij grote lust om aan Thorbecke zijn ongenoegen te tonen over de zwakheid van de minister.
‘Al onder Cunaeus stalen de twee klerken als raven. Het is hier een vuile boel’, zou hij Thorbecke hebben geschreven.



‘Het ruchtbaar worden der stadsdieverij is een heilzame en helaas hoogst nodige waarschuwing aan ons land. Ik hoop dat ook de koning er kennis van neme.' 
Fragment portret Thorbecke (1798-1872). Collectie Stadsarchief gemeente Amsterdam.   In 'De Schatbewaarder' afgebeeld voorafgaand aan Deel III 'Raderwerk'. (1846-1860). 

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk I Verwoesting

Fragment Hoofdstuk II Wilhelmus
Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XI Misdadig België
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn
Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor