Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor

Zaterdag 7 maart 1846
Casper was een persona non grata in Leiden. Toch waren er redenen voor hem om Leiden nog eens aan te doen. Casper was vastbesloten om verhaal te halen bij de heren van de Hollandse fondsen. Van der Spruijt, Hubrecht en heer Diderik.
‘Zeker heer Diderik. Hij had zich nogal in de luwte gehouden’, vond Casper.
‘Het is toch zinloos, Cas’, had Anna regelmatig op hem proberen in te praten. Hij was er niet van te weerhouden.
‘Spruyt heeft zich achterlijk gehouden’, stelde Casper. Hij wist hoe het werkte met de particuliere fondsen.
‘Spruyt is dood’, wist Antoine. ‘Juist een maand geleden overleden.’
‘Een maand geleden? Dat is jammerlijk. Dan zal ik vanwege zijn getuigenis Leiden niet meer bezoeken’, concludeerde Casper. ‘Hij, maar ook Hubrecht en heer Diderik, hadden kunnen uitspreken waarom het systeem was zoals het was. We voerden toch allemaal onze administraties door elkaar, en voor een deel thuis.  Voor een deel moesten er nog altijd verrekeningen plaatsvinden. Het was zijn systeem. Zijn getuigen hebben me naar het schavot willen leiden.’
Een mooiere aanleiding was dat Guillaume werd gepromoveerd. Deze zaterdag. Tot doctor in de Klassieke letteren en de Filosofie. Casper was precies op tijd weer vrij om de verdediging van zijn proefschrift bij te wonen aan de universiteit van Leiden: Specimen literarium continens quaestiones historicas. De druppels op het zweetkamertje waren vandaag die van Guillaume. Ook Guillaume zou zijn naam in de tafel kerven tussen de honderden roemrijke namen die hem er voorgingen. Casper en Anna glunderden van trots. De verloren jaren van Casper op het kasteel, waren zeer verdienstelijke geweest voor Guillaume in de bibliotheken en boekwinkels van Leiden.
‘Waren we niet lakenwevers gebleven, Anna, als ik Du Pui niet geholpen had?’ De stoomtrein van Hollands Spoor naar Leiden vertrok om tien uur.

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk I Verwoesting

Fragment Hoofdstuk II Wilhelmus
Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XI Misdadig België
Fragment Hoofdstuk XV Het schijnt te Blijken
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn