Fragment Hoofdstuk I Verwoesting 

Maandag 12 januari 1807
De rook werd massaler en de vlammen heftiger. Direct toen ik mijn moeder O nee Jooooh hoorde roepen realiseerde ik me dat de ramp zich voltrok in het gebied waar haar zus en oom Kluit woonden. Nicolaas, Carel en ik hadden de behoefte om te helpen. We wisten nog niet wat zich er precies had afgespeeld. Duidelijk was dat een stuk Leiden was weggevaagd. Nicolaas kende de autoriteiten in de stad goed en hij bood onze hulp aan. Onze kruiden zouden er natuurlijk niet helpen, maar alles wat we hadden om wonden te kunnen schoonmaken, benen te spalken of te verbinden, trokken we uit de kasten.
Onderweg met onze hulpkist werd het beeld van de stad steeds grimmiger. De glas-in-loodramen waren uit de Pieterskerk geslagen. Via de Nieuwsteeg mochten we het gebied in. Het was afschuwelijk. Lichaamsdelen lagen verspreid tussen de puinhopen. Even dacht ik de hand van iemand te zien die ik had kunnen redden. Het was inderdaad een hand. Maar niet van iemand die ik had kunnen redden. Aan de mouw en de roodgloeiende manchetknoop, die er nog aanhing, kon ik opmaken dat het een mannenhand was. Mijn maag draaide zich om. Ik verafschuwde mezelf vooral omdat ik me ook nog eens afvroeg of ik misschien de ring van zijn vinger had kunnen halen. Ik deed het niet. De mist maakte dat we alleen nog maar konden vermoeden wat we zagen. Enkele fakkels in het ontplofte gebied, waarvan we nog niet wisten hoe ver dat zou reiken, zorgden ervoor dat we ons een pad konden banen.

Fragment Verwoesting Rapenburg, 1807
Fragment 'Verwoesting Rapenburg'.  Collectie Rijksmuseum Amsterdam,. Carel L. Hansen, 1807.  Bijschrift meldt dat de ramp koning Lodewijk Napoleon, (links tussen de Leidse bestuurders) zich een vader van zijn volk toonde. De financiĆ«le hulp die hij organiseerde maakte hem zeer geliefd bij de Nederlanders. Het bijschrift meldt niet hetgeen tweehonderd jaar na dato is teruggevonden, dat het gesprongen schip tot zijn 'heimelijk ingehuurde vloot' behoorde.  In 'De Schatbewaarder' afgebeeld voorafgaand aan Deel I 'Zoete waan'. (1807-1839). 

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk II Wilhelmus
Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XI Misdadig Belgiƫ
Fragment Hoofdstuk XV Het schijnt te Blijken
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn
Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor