Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen

Zaterdag 6 januari 1816
Hij keek ons met zijn gezicht laag over de tafel, een voor een indringend aan. Christiaan leek te weten dat het niet om drie penningen ging, maar om een voorraad die in 1710 was vervaardigd.
‘Alleen al de laatste 15 jaar moeten er 420 vroedschapspenningen onaangeroerd zijn gebleven’, rekende Backer voor. Aan de ogen van Casper kon ik zien dat hij het al wist. Waar ik nieuwsgierig naar was, was of de heren zelf eerlijk naar elkaar waren. De klerken wisten dat het om tenminste 420 penningen moest gaan en dat deze niet waren opgenomen in de boeken. Anders hadden ze het er zelf in moeten zetten toen het stadsbestuur aan het werk ging. De Fransen kunnen het natuurlijk gewoon hebben meegenomen, maar dan is het wel gek dat er precies één buideltje met drie penningen tevoorschijn komt. De verdachtmakingen van de Fransen aan de toenmalige stadsbestuurders klonken aannemelijker. Een buideltje met zoveel penningen als er vroedschapsleden zijn, gaf een beter beeld. Als ze in 1710 al vervaardigd waren, was het bijzonder toevallig dat dit aantal precies genoeg was voor tot het moment dat de Fransen kwamen. Casper begon nog zachter te praten zodat Christiaan en ik wat beter aan moesten schuiven om hem goed te verstaan. Hij vertelde dat de vroegere burgemeester Gael en zijn zoon, heer Diderik, samen met andere oud-regenten destijds enkele dagen door de Fransen op het stadhuis gevangen werden gehouden.

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk I Verwoesting

Fragment Hoofdstuk II Wilhelmus
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XI Misdadig België
Fragment Hoofdstuk XV Het schijnt te Blijken
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn
Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor