‘Hoe vurig had Seyn mij niet in mijn graf gewenst? Maar het liep anders’, stelde Van Puttkammer in zijn omvangrijke memorie.  VAN PUTTKAMMER, januari 1839.

Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn

Wanneer wij op deze grond al hebben gezegd dat we de beschuldigde als leugenachtig mogen beschouwen en beweren dat het geen ingang bij de rechter kan verdienen dan levert dit het proces, dan levert dit het gehouden getuigenverhoor, menigvuldige bewijzen op van de onwaarheid van zijn voorgeven. Geen enkele kwitantie is door de overleden secretaris getekend, geen enkel stuk is tijdens het proces geleverd, geen enkele geldsom is gestort.’ Wel bijzonder als je een straf oplegt alleen op basis van een eigen verklaring, terwijl je continu aan het verdedigen bent dat hij een leugenaar is, bedacht ik me. 
Als nu kwam mr. Levyssohn, als verdediger van Casper, op. De zaal viel stil. In een treffende inleiding schetste hij hoe eindelijk het ogenblik gekomen was dat de mishandelde huisvader, tegen wie zonder meer verdenking van schuld bestond, het woord mocht voeren. Hoe eindelijk de maat vol was van ongerechtigheden en wrede behandeling die de man, in werkzaamheid grijs geworden, zonder schuldig te zijn verklaard, heeft moeten ondergaan.
‘De wereld weet,’ merkte Levyssohn aan, ‘hoe in een beschaafde tijd en in een land dat, ook bij het bestaan van een geselpaal, wordt geboogd hoog op de trap van beschaving te staan. Hoe in het ons dierbare Nederland is gehandeld, en u mag beslissen hoe die handelwijze mogen heten. Zo is straks het jaar ten einde‘, vervolgde hij, ‘sinds de rampvolle dagen waren aangebroken. Niet van lieverlede, niet bij vermeerderde verdenking bij de behandeling geboren, maar opeens is zij ontstaan en blijven voortduren.‘ Levyssohn was emotioneel en toonde zich betrokken.

‘Zeg ik teveel, wanneer ik bij de opsomming al dadelijk terugwijs op het werk van het gemeentebestuur, dat machtig werd over de afstand aan al wat een ongelukkige met zijn vrouw en kinderen in bezit heeft? ‘Zeg ik teveel, wanneer ik stel dat het deficit ten minste door de achteloosheid van de stedelijk regering, sinds jaren aan hun oog is ontgaan? Is dat de verantwoordelijkheid van de beklaagde?’
Door de overtuiging dat met die afstand een gerechtelijk onderzoek kon worden voorkomen, door de stellige verzekering, quasi uit vaderlijke bezorgdheid, tot zijn bestwil en het welzijn van zijn gezin, dat hoe onschuldig hij ook is, de verantwoordelijkheid hem in het oog van de wet schuldig doet zijn. Hij staat zijn boedel af en zijn wil is niet vrij. Hoe onschuldig hij zich ook voelde. De echtgenoot en vader hing, buiten het schavot, toch vooral de bedelstaf boven het hoofd. Wat kon Levyssohn nog uitrichten?
Zelfs Antoine was op non actief gesteld. Hij had Levyssohn gesmeekt om zijn vader vrij te krijgen en vooral zijn onschuld aan te tonen. De dood van Du Pui, de royale tijd voor het vooronderzoek, de publieke opinie en de arrogante houding van het stadsbestuur, het hielp niet.

Ontleend aan publicatie in Weekblad van 't Regt, 1839. 

Meer fragmenten

Fragment Proloog
Fragment Hoofdstuk I Verwoesting

Fragment Hoofdstuk V Vroedschapspenningen
Fragment Hoofdstuk VII Koppeschaar
Fragment Hoofdstuk XI Misdadig België
Fragment Hoofdstuk XV Het schijnt te Blijken
Fragment Hoofdstuk XVI Zaak Seyn
Fragment Hoofdstuk XX Hollands Spoor